Joost Helbo

Antonio en de tuk-tuk driver

Als we de volgende ochtend - een beetje brak van het korte en harde bed en van de kou die ons eigenlijk best tegenvalt (Natas heeft zelfs midden in de nacht haar kleren aangetrokken!) - wakker worden, wacht ons een aandoenlijk familietafreel. Op een overdekt verbindingsstuk tussen het voorgebouwtje (met een paar kamers) en het achtergebouwtje (met 1 kamer en een keuken) staat een eettafel (buiten). Het blijkt de ontbijttafel te zijn. Maar ook de inlooptafel. En de ik-ontvang-de-gasten-hier-tafel. We gaan lekker zitten. De moeder des huizes (Eva - de vrouw met de gouden glimlach) loopt van hot naar her en vraagt ondertussen of we wat willen ontbijten. Ze is bezig met de was, aansturen van de hulpen, voeteren tegen haar zoons die te lang in bed liggen en lachen tegen ons en binnenlopende mensen. Ook hier zien we in eerste instantie geen Westerlingen.

Eva in control.. :)

We krijgen een ontbijt dat begint met een HEERLIJK vers stuk papaya vergezeld van twee PIEPkleine banaantjes (5 a 6 cm). We lachen om de banaantjes en zitten eens te bekijken wat we deze dag eens zullen gaan doen. Ondertussen komt er een kerel van een jaar of 35 binnen die ons meteen begroet. Hij heet Antonio en zo ziet hij er ook echt uit. Hij heeft haar tot op zijn schouders, netjes achterover gekamd, een zwart overhemd en veel bling-bling. Een dikke ring en meerdere gouden kettingen. Hij blijkt echter behoorlijk aardig en we chitchatten vrolijk een eind weg aan de ontbijttafel. Het grappige is dat de hierarchie ook meteen duidelijk wordt. De zoons van Eva hebben ontzag voor hem en hij dolt met de meiden. We hebben het over van ALLES en nog wat en al snel komen we ook op de Tsunami. Hij wint sympathie bij ons (is onze eerste indruk dan TOCH niet helemaal OK?) door te vertellen hoe verschrikkelijk hij het vond (hij raakt echt geemotioneerd) dat de mensen zelfs lijken beroofden net na de Tsunami en hoe hij nu vrijwilligerswerk doet bij Trincolmalee.

Hij wint ons vertrouwen en vertelt wat er allemaal te doen is in de omgeving. Ook Eva is er leuk met hem (he is a good boy, knijpend in zijn wangen) dus we denken dat het wel snor zit met hem. Hij vertelt over een olifantenweeshuis in de omgeving. Het is bedoeld om verdwaalde jonge olifantjes op te vangen en groot te brengen. Dat lijkt ons wel leuk om te zien. Natuurlijk heeft hij een vriendje die een tuk-tuk heeft en die zeer bereid is ons er heen te rijden. Hij vertelt ook over de herbgardens en over een theefabriek hier in de buurt. Wij zijn nog steeds onder de indruk van de olifantjes dus we vinden het allemaal prima..

Op dezelfde zelfverzekerde manier als hij met Eva haar zoons om gaat, maakt hij een zoengeluid met zijn lippen (de manier om de aandacht te trekken in Sri Lanka valt ons op) en meteen springt er een jonge tuk-tuk driver in de houding. Zijn naam klinkt ongeveer als 'dzjandzjie' ofzo en hij spreek eigenlijk geen Engels. Antonio geeft hem een paar korte commando's en onze nieuwe vriend begint begrijpend te glimmen. We vertrekken. Echt grappig om een keer een wat langere tijd in een tuk-tuk te zitten. Je ziet veel meer van het landschap en het bevalt ons allemaal prima..

De olifanten zijn best leuk maar voor het eerst sinds we in Kandy zijn begint ons een beetje een toeristengevoel te bekruipen. Het is een 'spring in de houding en ga op de foto met een olifant' gebeuren. Dikke Engelsen met tattoo's en Duitsers die als Japanners in de rondte aan het klikken zijn. Dan maar even bij het voederen kijken. Er staan in een omhekt en overdakt gedeeltje een aantal ollies op een rij aan de ketting. Eén voor één mogen de toeristen de flessen melk vasthouden die de ollies gretig leeg drinken. Daar staat natuurlijk wel een kleine fooi tegenover voor de flessenvuller. We hebben het hier ineens wel gezien eigenlijk. We gaan weer op zoek naar dzjandzjie.

Hij heeft de herbal garden voor ons in petto. Een project van de overheid zo blijkt. We worden rondgeleid door een herbal-doctor-in-opleiding die vooral nog wel wat taalopleiding kan gebruiken. Hij richt zich helemaal tot Natas en noemt haar om de drie woorden 'madam'. We krijgen uitleg over tientallen plantjes en hebben de strekking van de uitleg van zeker een stuk of zes plantjes begrepen.. :) Op naar het klaslokaal. Een overdekt stukje tuin bevat een paar brakke bankjes en een tafeltje. Op het tafeltje staan tientallen potjes. De potjes worden stuk voor stuk in de hand genomen en verteld welk kwaaltje wordt bestreden met de inhoud. Het verhaal eindigt met een praktijkoefening. We worden beiden verzocht ons t-shirt uit te trekken. ..Euhm, u zei? Ja, uw t-shirt uit trekken. Kom op mevrouw, niet zo bescheiden! Een beetje ongemakkelijk trekken we onze t-shirts uit en we worden getrakteerd op een heerlijke schoudermassage. Ik kan niet ontkennen dat ik mijn ogen niet heb dichtgedaan en mijn hand op mijn buidel heb gehouden. Vooral dat gepluk aan Natas vind ik maar niets. Ik geloof dat zij het wel mee vind vallen dus vooruit maar...

De toegang is gratis, wat hier meestal betekent dat je aan het eind wat kunt (lees: zou moeten) kopen. Alle potjes van de tafel in het 'klaslokaal' staan ook hier uitgestald en zijn te koop. Ik heb besloten sandalwood oil te willen kopen. Het ruikt HEERLIJK, is goed voor van alles en nog wat en is bedoeld voor in bad. Laat ik nou NET een huis gekocht hebben met een ligbad.. :) Ik besluit mezelf te verwennen. We willen ook graag nog wat 100% Aloe Vera cream hebben.. Als we onder op de potjes kijken schrikken we ons een ongeluk. 11.000 + 2.400 rupees. Telt u even mee: 13.400 = 134 USD = ong. 110 pleuri. GAAT HET?? Na enig aandringen en op een of andere miraculeuze wijze keldert de prijs al snel naar een acceptabele 5.000 rupees voor de twee potjes samen. We besluiten te kopen.. Lekkere verwennerij.

Trots om onze afdingkwaliteiten lopen we weer naar buiten. Dit was een STUK leuker dan de ollies! We zijn benieuwd waar we nu ook alweer naar toe gingen. Het blijkt een theefabriek te zijn. We worden ontvangen door een knul van een jaar of 20 die meteen enthousiast begint te vertellen. Via de buitentrap worden we boven het gebouw in geleid waar twee enorme soort windturbines met een soort enorme langwerpige bak eraan vast staan opgesteld. Hij vertelt hoe de theebladeren hier worden aangeleverd en gedroogd worden in deze bakken. 50% van het vocht wordt in de eerste ronde uit de bladeren gehaald. We mogen mee naar beneden. Het is er enorm warm en er staan een paar vrouwtjes bij een enorme machine, we moeten eerst nog even links af. Minitieus wordt er uitgelegd hoe de verschillende kwaliteiten thee gemaakt worden door één of meerdere keren malen van de bladeren en welke stukken van de plant zorgen voor welke kleuren en smaken thee. De machine waar de vrouwtjes bij stonden was voor het verder drogen en sorteren van de thee. Grappig detail: aan het eind van het proces blijft er wat afval over, 'dust' genoemd. Dit is de thee die bij ons wordt gebruikt in de theezakjes. Vaak wordt er geur en smaakstof aan toegevoegd door meneer Pickwick om het uberhaupt nog ergens naar te laten smaken.. :) Een paar minuten later (het hele feest duurde misschien 15 minuten) wordt ons een lekker vers bakje thee aangeboden. Nou, we zijn wel benieuwd ondertussen..

We vinden het wat sterk maar wel echt erg ceylonsiaans zegmaar.. Uit onze ooghoeken zien we het kleine shopje al, we worden er als automatisch naar toe geleid. We vinden het prima want wat echte Ceylon-thee willen we wel meenemen.. We kopen van alles wat, echte 'Silver Tips' (beste kwaliteit thee die er bestaat), wat groene thee (blijkt helemaal niet Chinees te zijn, althans volgens de Sri Lankanen) en een paar zakjes normale thee.

Echt een leuke dag, we laten ons terug brengen naar the Pink House maar eerst nog een lunch (geen idee hoe laat het is, we hebben in ieder geval al lang niets meer gegeten) onderweg. We stoppen bij een 'small shop' en eten tranenbiggelend scherpe rice and curry.. Wat een ervaring weer.. :)

Reageer op deze pagina

(wordt niet getoond op de website)
(wordt aan uw naam gekoppeld)
(neen invullen)

Ontwikkeling, hosting en CMS door Qontent